Vraag uit de praktijk · Explosieveiligheid
Wat is het verschil tussen ATEX-zone 0, 1 en 2 (en 20, 21 en 22)?
Een ATEX-zone geeft aan hoe vaak er op een plek een explosieve atmosfeer kan zijn. Zone 0, 1 en 2 gaan over gas, damp of nevel. Zone 20, 21 en 22 gaan over een wolk brandbaar stof. Zone 0 en 20: voortdurend of vaak. Zone 1 en 21: af en toe. Zone 2 en 22: zelden en dan kort.
In de cursus Explosieveiligheid komt dit aan bod in sessie 4: Gevarenzone-indeling.
De zes zones op een rij
Een explosieve atmosfeer is een mengsel van lucht met brandbaar gas, damp, nevel of stof waarin een ontsteking zich door het hele mengsel uitbreidt. De zone zegt niet hoe groot een explosie zou zijn, maar hoe vaak dat mengsel aanwezig is. Hoe lager het cijfer binnen een reeks, hoe vaker.
De definities komen uit de Europese richtlijn 1999/92/EG, ook wel ATEX 153 genoemd. Nederland heeft die regels opgenomen in het Arbobesluit, in een eigen paragraaf over explosieve atmosferen. De Arbeidsinspectie gebruikt in haar werkinstructies dezelfde omschrijvingen.
| Gas, damp, nevel | Stof | Explosieve atmosfeer is er | Toegestane apparatuur |
|---|---|---|---|
| Zone 0 | Zone 20 | voortdurend, lange tijd of herhaaldelijk | categorie 1 |
| Zone 1 | Zone 21 | bij normaal bedrijf af en toe | categorie 1 of 2 |
| Zone 2 | Zone 22 | bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk, en dan kort | categorie 1, 2 of 3 |
Uren per jaar staan niet in de regels
Op internet zie je bij de zones vaak aantallen uren per jaar. De richtlijn en de werkinstructies van de Arbeidsinspectie omschrijven de zones alleen in woorden: voortdurend, af en toe, of niet waarschijnlijk en dan kort. Uren zijn hooguit een hulpmiddel om het verschil te voelen.
Zone 2 betekent niet dat het daar veilig is. Ook daar kan een explosieve atmosfeer ontstaan. Alleen is dat bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk, en duurt het dan kort.
Stofzones: 20, 21 en 22
Voor stof gelden dezelfde drie trappen, maar dan voor een wolk brandbaar stof in lucht. Zone 20 vind je vooral binnenin installaties waar stof rondgaat, zoals filters en transportleidingen. Bij openingen waar af en toe stof naar buiten komt, zoals een vulopening of een aftappunt, ligt vaak zone 21.
Stof dat ergens ligt, telt ook mee, want het kan opwervelen. Een laag van ongeveer 0,1 millimeter kan bij opwervelen al genoeg zijn voor een explosief mengsel.
Wat de zone betekent voor de apparatuur
De zone bepaalt welke apparatuur er mag staan of mee naar binnen mag. Explosieveilige apparatuur heeft een categorie: 1, 2 of 3, met een G voor gas of een D voor stof. Categorie 1 is gebouwd voor de zwaarste omstandigheden.
In zone 0 en 20 mag alleen categorie 1. In zone 1 en 21 mag categorie 1 of 2. In zone 2 en 22 mag categorie 1, 2 of 3. Apparatuur zonder passende categorie hoort er in principe niet. Alleen voor zone 2 en 22 bestaat een smalle uitzondering voor tijdelijk gebruik: als er geen explosieveilige uitvoering beschikbaar is en het apparaat vooraf is beoordeeld.
Wie de zones bepaalt en hoe je ze herkent
De werkgever deelt de plekken in zones in en legt dat vast in het explosieveiligheidsdocument (EVD). De Arbeidsinspectie ziet toe op de naleving. Voor de indeling wordt in Nederland vaak de praktijkrichtlijn NPR 7910-1 (gas) of NPR 7910-2 (stof) gebruikt.
Bij de ingang van een gevarenzone hangt een waarschuwingsbord: een driehoek met zwarte letters op een gele achtergrond en een zwarte rand.
Wanneer schakel je een deskundige in
Werk je met brandbare gassen, vloeistoffen of stof en weet je niet of er zones nodig zijn, laat dat dan beoordelen. Een zone-indeling is maatwerk: hoe groot een zone is, hangt onder meer af van hoeveel er kan vrijkomen, de eigenschappen van de stof en de ventilatie.
Vraag je een offerte aan voor een zone-indeling, let dan op deze punten:
- Welke methode gebruikt de adviseur, bijvoorbeeld NPR 7910-1 of NPR 7910-2?
- Krijg je een tekening met de zones, ook in de hoogte?
- Wordt de indeling opgenomen in het explosieveiligheidsdocument?
- Wordt gecontroleerd of de apparatuur die er nu staat bij de zone past?
- Wat gebeurt er bij een verbouwing of een nieuw proces: wordt de indeling dan herzien?
Wil je precies weten hoe het zit?
In de cursus Explosieveiligheid leer je het stap voor stap, in begrijpelijke taal. Elke sessie eindigt met een toets, zodat je weet wat je nog moet herhalen.
Begin met sessie 1 van ExplosieveiligheidBronnen
- EUR-Lex - Richtlijn 1999/92/EG (ATEX 153) over explosieve atmosferen op het werk
- Arboportaal (ministerie van SZW) - Explosieve atmosfeer
- Arboportaal (ministerie van SZW) - Explosieveiligheid/ATEX
- Nederlandse Arbeidsinspectie - Werkinstructie Gasexplosiegevaar (augustus 2022)
- Nederlandse Arbeidsinspectie - Werkinstructie Stofexplosiegevaar (augustus 2022)
- Nederlandse Arbeidsinspectie - Wijze van toezicht bij mobiele apparatuur (PDF, 2 maart 2023)
- Nederlandse Arbeidsinspectie - Explosieve atmosfeer
- Rijksoverheid - Wat kan de Nederlandse Arbeidsinspectie doen als op het werk de regels worden overtreden?
- Ondernemersplein (KVK en overheid) - Maatregelen tegen explosiegevaar (ATEX)
- wetten.overheid.nl - Arbeidsomstandighedenbesluit (BWBR0008498), paragraaf Explosieve atmosferen
- NEN - Eisen ATEX markeringslabel (ATEX 114)
- NEN - Hoe om te gaan met explosieve atmosferen? (nieuws, 13 april 2020)
- NEN - NTA 7914 'Tijdelijk gebruik van niet-ATEX apparaten' (nieuws, 23 februari 2022)
- NEN - ATEX (overzichtspagina)
Geschreven door de redactie van Voltagess en gecontroleerd aan de hand van de bronnen hierboven. Gepubliceerd op 3 oktober 2026. Hoe we werken.